Zorg voor kinderen

Kwaliteitszorg
De opbrengsten van de leerlingen wordt gebruikt om de onderwijsbehoeften te kiezen. Via trendanalyses, groepsbesprekingen en verdere analyse van de te halen doelen wordt op genuanceerde wijze de leerstof gekozen. Afhankelijk van de voortgang gedurende het leerproces wordt de onderwijstijd afgestemd op de onderdelen.
 
Rapporten
De ontwikkeling van het kind wordt twee keer per jaar weergegeven middels een rapport.
Het eerste rapport krijgt het kind in februari, het tweede rapport in juni. Deze worden voorafgegaan door een “tien minuten gesprek” tussen ouders en leerkrachten.
Vanaf groep 1 krijgen de kinderen een rapport mee. Het hoogste cijfer is een 10, het laagste cijfer is een 4. Naast het rapport zal de leerkracht ook de resultaten van de CITO’s tijdens dit gesprek bespreken. In de groepen 1 en 2 worden de prestaties tevens bijgehouden en gerapporteerd middels  een rapport en zogenaamde DORR-kaarten. Op deze DORR-kaarten wordt duidelijk weergegeven hoe het kind zich ontwikkelt op de verschillende vakgebieden, zoals; taal, sociale/emotionele ontwikkeling, motoriek en rekenen.
 
Groepsverkleining
Een doel van de school, om tot kwaliteitsverbetering en vergroting van de zorg van het jonge kind te komen, is het inzetten van extra formatie in de onderbouw (groepen 1 t/m 4). Er wordt naar gestreefd om de groepen zo klein mogelijk te houden.
 
 
Omgaan met verschillen (differentiatie)
Over het algemeen hebben alle leerkrachten wel te maken met leerlingen die problemen hebben met de lesstof. Zij lopen het risico dat deze achterstand steeds groter wordt als de leerkracht niet adequaat reageert. In die zin zijn het dus ook ‘risicoleerlingen’. Het is belangrijk dat de leerkracht weet  welke kinderen in hun groep de ‘risicoleerlingen’ zijn. Dit is eigenlijk alleen maar vast te stellen als dit in relatie wordt gebracht met een bepaalde norm. Op school gebruiken we daarvoor het leerlingvolgsysteem van het Cito.
 
Leerlingen met problemen vragen extra initiatieven van de leerkrachten. Het is belangrijk dat dit op een effectieve, systematische en planmatige wijze gebeurt. Dit betekent inhoudelijk dat er in ieder geval sprake moet zijn van:
 

  • Meer instructietijd;
  • Een goede opbouw in de instructie die wordt gegeven;
  • Gerichte begeleiding en ondersteuning;
  • Voldoende tijd en mogelijkheden om te oefenen.
     
    Naast leerlingen met problemen zitten er ook altijd leerlingen in de groep die opvallen, omdat ze de lesstof te gemakkelijk vinden. Deze leerlingen vragen ook om aanpassingen in het onderwijs. Gebeurt dit niet, dan is de kans groot dat zij onderpresteren, met alle mogelijke gevolgen van dien.
    Door het benoemen van onderwijsbehoeften kunnen leerkrachten vaststellen welke initiatieven moeten worden genomen om leerlingen optimaal te kunnen groeien in hun ontwikkeling.
    Bij het benoemen van onderwijsbehoeften zegt de leerkracht iets over:
     
  • De doelen die in de komende periode voor het kind worden nagestreefd
  • Wat het kind nodig heeft om het doel te bereiken?
     
    In iedere groep zitten leerlingen met vergelijkbare onderwijsbehoeften. Onze school werkt met verschillende instructiegroepen per vakgebied, dit betekent dat leerlingen met vergelijkbare onderwijsbehoeften worden geclusterd. Omdat leerkrachten niet meer dan drie verschillende niveaus kunnen hanteren in de groep leidt dit tot differentiatie in drie groepen.
     
    Bij de instructie hanteren we de volgende indeling:
     
  • Instructieonafhankelijke leerlingen. Dit zijn de goede leerlingen die vaak voldoende hebben aan een korte instructie.
  • Instructiegevoelige leerlingen. Dit is de basisgroep, waartoe over het algemeen het merendeel van de leerlingen behoort. Zij ontvangen de basisinstructie.
  • Instructieafhankelijke leerlingen. Dit zijn leerlingen die meer instructie en begeleiding van de leerkracht nodig hebben. Zij ontvangen naast de basisinstructie verlengde instructie.
 
 
Passend Onderwijs
 
Sinds 1 augustus 2014 is de wet Passend Onderwijs van kracht. Kernpunten uit deze nieuwe wet zijn dat:
  • Reguliere en speciale scholen op het gebied van ondersteuning aan leerlingen samenwerken;
  • Scholen zorgplicht hebben (de school waar de leerling schriftelijk is aangemeld dient te zorgen voor een passende plek indien er sprake is van zeer specifieke onderwijsbehoeften van een kind);
  • Scholen en gemeenten / jeugdhulpverlening werken samen aan de integrale ondersteuning aan leerlingen vanuit onderwijs en zorg;
  • Er minder regelgeving vanuit Den Haag komt, maar dat er meer in de eigen regio geregeld kan worden.
    Samenwerkingsverband
    De school van uw kind maakt deel uit van het schoolbestuur Openbaar Onderwijs Emmen. Alle schoolbesturen van de gemeente Emmen en de gemeente Borger – Odoorn zijn verenigd in het Samenwerkingsverband (SWV) 22.02.
    Onderwijs, passend bij iedere leerling
    Alle scholen binnen het SWV 22.02 hebben met elkaar vastgesteld welke ondersteuning er tenminste op alle locaties geleverd wordt, de zogenaamde basisondersteuning. Daarnaast is vastgesteld welke extra ondersteuning er is. De basis- en school specifieke ondersteuning hebben scholen beschreven in hun school ondersteuningsprofiel. U kunt dit profiel opvragen bij uw huidige school of de school van uw keuze.
    Is de school handelingsverlegen, met andere woorden kan de school niet voldoen aan de ondersteuningsbehoefte van uw kind, dan wordt er allereerst binnen het bestuur gezocht naar een externe deskundige die samen met de school andere mogelijkheden voor ondersteuning in kaart brengt. Nader onderzoek kan ook één van de adviezen zijn. In dit traject wordt er te allen tijde nauw samengewerkt met de ouders. Mochten extra interventies onvoldoende resultaat opleveren waardoor de leerling op die school niet langer begeleid kan worden, dan dient de school een andere, beter passende plek te zoeken. Dat kan ook het speciaal (basis) onderwijs zijn.
    Speciaal (basis)onderwijs
    Voor een plaatsing in het speciaal (basis) onderwijs (*)moet de school, samen met u als ouders / verzorgers, een toelaatbaarheidsverklaring aanvragen bij de Commissie van Advies van het samenwerkingsverband. Meer informatie over het aanvragen van een toelaatbaarheidsverklaring vindt u op de website van het samenwerkingsverband of via de school.
    Meer informatie voor ouders
    Voor u als ouders geldt dat de scholen de belangrijkste informatiebron zijn als het gaat om Passend Onderwijs en extra ondersteuning aan uw kind. De school heeft dagelijks contact met de leerling en vervult daarmee in de ogen van het samenwerkingsverband een belangrijke rol in de adequate informatievoorziening aan ouders.
    Het samenwerkingsverband 22.02 heeft een eigen website: http://www.swv2202.nl
    Op deze website vinden ouders / verzorgers een apart tabblad met meer informatie over het ondersteuningsplan en de ondersteuningsprofielen van de verschillende scholen. Op www.passendonderwijs.nl (website van ministerie OCW) en op www.passendonderwijsenouders.nl kunnen ouders / verzorgers meer informatie vinden over de samenwerkingsverbanden en over Passend Onderwijs.
    Daarnaast is er het Steunpunt Passend Onderwijs, onderdeel van informatiepunt 5010. Hier kunnen ouders / verzorgers terecht met alle vragen over extra ondersteuning binnen het onderwijs. Het Steunpunt Passend Onderwijs is telefonisch bereikbaar via 5010: (0800) 5010 (vaste telefoon, gratis) of (0900) 5010 123 (€ 0,45 per gesprek + kosten mobiel), of via internet: www.5010.nl
    Tot slot heeft iedere school een eigen intern begeleider (ib’er). Deze onderwijsmedewerker is in staat verdere vragen van u te beantwoorden over de uitvoer van Passend Onderwijs op de school.
    U bent van harte welkom contact op te nemen.
    (*) Voor blinde/slechtziende en dove/slechthorende kinderen geldt dat zij zich voor een plek in het speciaal onderwijs dienen te vervoegen bij resp. Visio en Kentalis. Zij hebben een eigen Commissie van Onderzoek die bepaalt of de leerling toelaatbaar is.
    De begeleiding van de overgang van kinderen naar het voortgezet onderwijs
    De keuze voor vervolgonderwijs is een stap die in goed overleg tussen kind, ouder, leerkracht van groep 8 en de directie van de school wordt genomen.
     
  • Het Voortgezet Onderwijs (VO) advies
  • Gedurende de tijd dat het kind op de basisschool zit, is er regelmatig contact geweest tussen ouders en groepsleerkrachten, d.m.v. rapportbesprekingen en eventueel aanvullende contacten.
    Kortom, de leerkracht van groep 8 en de ouders hebben hierdoor een goed beeld van de leerling.
    Bij de eerste contactavond in groep 8 vertelt de groepsleerkracht aan de hand van de Entreetoets groep 7, de  plaatsingswijzer en n.a.v. de werkhouding en motivatie van de leerling aan welk schooltype voor Voortgezet Onderwijs hij/zij denkt. Dit advies is eerst nog voorlopig. Bij het tweede gesprek in februari zal het definitief (bindend) advies worden gegeven.

© 2018 Openbaar Onderwijs Emmen - alle rechten voorbehouden